Magazijncodering / Hoe zet je locatiecodering in een magazijn op?
Hoe zet je locatiecodering in een magazijn op?
Een logische codering voor gangen, stellingen, niveaus en vakken
Met locatiecodering geef je iedere plek in het magazijn een eigen code. Zo weten medewerkers waar artikelen liggen en zijn stellingen, vakken en andere opslaglocaties eenvoudig terug te vinden. Gebruik je een WMS of voorraadsysteem? Dan gebruik je daarin dezelfde codes. Bepaal eerst een logische opbouw voor de locatiecodes en kies daarna de labels waarop je deze aanbrengt.
1. Breng de locaties in kaart
Maak een overzicht van alle plekken die je wilt coderen, zoals gangen, stellingen, niveaus, vakken en vloerlocaties. Gebruik eventueel een plattegrond om de indeling en looprichting vast te leggen. Zo bepaal je waar de nummering begint en hoe deze door het magazijn loopt.
2. Bouw de code logisch op
Welke informatie een code bevat, hangt af van de locatie. Voor een palletplaats kun je bijvoorbeeld het gang-, stelling-, niveau- en vaknummer gebruiken. In een kleiner magazijn kan een korte code zoals A-12 al voldoende zijn. Ook bakken kunnen een eigen nummer krijgen. Wordt een bak regelmatig verplaatst? Gebruik dan een aparte code voor de bak en voor de opslaglocatie.
Zorg dat iedere code uniek is en gebruik in het hele magazijn dezelfde werkwijze. Nummer niveaus bijvoorbeeld van beneden naar boven en vakken van links naar rechts. Houd ook ruimte vrij om later nieuwe locaties toe te voegen.
3. Maak de codes leesbaar en scanbaar
Combineer een leesbare locatiecode met een barcode of QR-code. Gebruik een goed leesbaar lettertype, voldoende contrast en genoeg witruimte rondom de code. Test het ontwerp met de scanners en vanaf de afstand waarop medewerkers het label gebruiken.
Locaties op verschillende hoogtes
Labels op de onderste niveaus zijn meestal goed bereikbaar. Voor hoger gelegen locaties kun je meerdere barcodes samen op ooghoogte plaatsen. Met codes of kleuren geef je aan bij welk niveau iedere code hoort. Zo hoeft een medewerker de barcode niet op hoogte te scannen.
Breng de locatiecode aan met het juiste label
Kies magazijnlabels die passen bij de ondergrond en de omstandigheden in het magazijn. Bepaal daarnaast of de locatie vast is of regelmatig verandert. Dit heeft invloed op de gewenste hechting en de mogelijkheid om het label later te verplaatsen of vervangen.
Een magazijnindeling verandert regelmatig. Er komen nieuwe locaties bij, stellingen worden verplaatst en bakken krijgen een andere plek. Verplaats of vervang de locatiecodering daarom direct en verwerk wijzigingen ook in het gebruikte systeem. Verwijder oude labels om te voorkomen dat verschillende codes op dezelfde locatie zichtbaar blijven.
Met een eigen labelprinter print je nieuwe en vervangende labels wanneer je ze nodig hebt. De ATP-300 Pro is geschikt voor vrijwel alle magazijnlabels uit ons assortiment. Je voert locatiecodes handmatig in, importeert ze vanuit bijvoorbeeld Excel of haalt ze op vanuit het WMS. Controleer regelmatig of de labels nog goed leesbaar en scanbaar zijn.